weblog

weblog

Boekbeschrijving: 'Dit kan niet waar zijn'

Bijdragen [KRAG.nu]Geplaatst door Sven Poels di, april 26, 2016 16:01:19

Stel je eens voor dat winkels niet meer bevoorraad worden en je niet meer kan pinnen. De electriciteit uitvalt en er geen water meer uit de kraan komt.

Wat zou jij doen?

In het boek Dit kan niet waar zijn (2015), geschreven door journalist en antropoloog Joris Luyendijk (1971), vergelijkt de auteur de financiële wereld met een lege cockpit:

,,Je zit in een vliegtuig. Het bordje STOELRIEMEN VAST is uit, de stewardess heeft je net een drankje gebracht en nu twijfel je tussen het inflight entertainment of toch dat spannende boek. De man naast je nipt aan zijn whisky, je kijkt door het raampje naar de ondergaande zon, en dan zie je in een van de motoren plotseling een gigantische steekvlam.

Je stoot je buurman aan en roept de stewardess, die na enige tijd verschijnt en meldt dat er inderdaad wat technische problemen zijn geweest, maar dat alles weer in orde is. Ze oogt zo kalm en zelfverzekerd dat je het bijna gelooft, maar je wurmt je toch langs je medepassagiers naar het gangpad, waar eerst de stewardess en dan de purser je tegenhoudt, allebei met de boodschap: Gaat u alstublieft terug naar uw plaats. Je duwt ze opzij en weet de deur van de cockpit te grijpen, je krijgt hem open en daar zit niemand’’ (p. 11).

Het is een verontrustende metafoor.

Verontrustender dan beeldspraak is de geschetste realiteit. Luyendijk, die voor The Guardian ruim twee jaar lang ‘infiltreerde’ in the City, het financiële hart van Londen, verhaalt over bankmedewerkers die hun leven vreesden toen de crisis dreigde uit te breken:

,,De crash mocht geïnterviewden net zo hebben overvallen als de rest van de wereld, anders dan buitenstaanders begrepen zij wel wat er speelde. Mensen spraken over collega’s die urenlang als verlamd naar hun beeldscherm staarden, tot niets in staat (...). Een paar keer spande het erom, en belden sommigen naar huis: Pin zoveel mogelijk geld. Ga nu naar de supermarkt en sla voedsel in. Koop goud. Of: Breng de kinderen in gereedheid voor evacuatie naar het platteland’’ (p. 34).

Zo ook Peter van Ees, zakenbankier op de Amsterdamse vestiging van de Zwitserse bank UBS. ,,‘Ik keek vanaf mijn bureau uit het raam en zag de bussen langsrijden’, zei hij. ‘De auto’s, motors, fietsen. Overal mensen die opgingen in een gewone werkdag... Die hadden dus geen idee. Ik wel. Mijn collega’s ook. Voor het eerst in mijn leven heb ik vanaf kantoor mijn vader gebeld, dat hij al zijn spaargeld moest overhevelen naar een veiligere bank. Wat hij meteen deed. Toen ik die dag naar huis ging, was ik echt bang. Ik besefte: zo moet oorlogsdreiging voelen.’

,,Godverdomme’’, vat Luyendijk zijn stemming na dat gesprek samen. ,,Dit was echt gebeurd. Maar veel erger nog: dit kon gewoon weer gebeuren’’ (p. 135).

Luyendijk sprak tussen 2011 en 2013 zo’n 200 betrokkenen binnen alle geledingen van de bancaire sector. Van hoog tot laag hadden zij één ding met elkaar gemeen: nul komma nul baanzekerheid, oftewel zero job security.

,,Als je binnen vijf minuten buiten kan staan, wordt ook je horizon vijf minuten. (...) Niet alleen loyaliteit verdampt, maar ook de continuïteit, want niemand kan ergens op bouwen. Zo eindig je heel snel met de wet – of beter: de wetteloosheid – van de jungle’’ (p. 83).

Iedereen kon, out of the blue, op straat worden gezet. ,,‘Executies’ werd dit soort plotselinge ontslagen genoemd, en er was nog een categorie. Banken als Goldman Sachs en JPMorgan ontslaan standaard elk jaar de slechtst presterende paar procent – ook in jaren van enorme winst. De term is cull, hetzelfde woord voor het ruimen van zieke koeien op een veehouderij, of het afschieten van een te talrijk geworden soort in een natuurgebied’’ (p. 76).

In deze keiharde cultuur is er geen ruimte voor moraal – zo wordt er gehandeld in OPM: ‘other people’s money’ –, noch voor een langetermijnvisie.

Maar dat is niet het enige. ,,Banken wekken knap de indruk dat ze worden gerund als legers of luchthavens: efficiënte hierarchieën met een constante stroom van commando’s, informatie en feedback tussen top en basis. Maar kijk achter deze façade naar de perverse prikkels, de verkokering en het klimaat van angst (...) en de omvang, gammelheid en complexiteit, en je ziet een strak geleide piramide met bovenin het opperbevel. Je ziet een eilandenrijk in de mist, bevolkt door huurlingen’’ (p. 114). Een ‘eilandenrijk’ too big to fail (p. 69).

Met alle gevolgen van dien.

We hebben niet geleerd van de crisis, meent een (anonieme) geïnterviewde, een zestiger die tot zijn (recente) pensionering bij een kleine kredietbeoordelaar had gewerkt. Volgens hem heeft de (mondiale) financiële wereld op de crisis gereageerd als een motorrijder op een bijna-ongeluk. ,,‘De stoot adrenaline na de gelukkige afloop, en de enorme schok als je beseft wat er had kunnen gebeuren. Maar de reis gaat verder, en naarmate de plek van het ongeluk in de achteruitkijkspiegel kleiner wordt, ga je jezelf steeds meer wijsmaken dat het wel meeviel. Je herinnering vervaagt en je begint zelfs dingen verkeerd in je geheugen op te slaan – was het echt zo erg?’’’ (p. 138).

Ja, claimt Luyendijk. ,,Wat Al-Qaida in september 2001 bij lange na niet lukte, had de financiële sector in september 2008 op een haar na wel teweeggebracht: de diepe ontwrichting van onze maatschappij’’ (p. 36).

Om te voorkomen dat er in de toekomst geen echt ongeluk gaat plaatsvinden, moet het financiële systeem radicaal op de schop, aldus Luyendijk. ,,Veel wijst erop dat de wereld van het geld geen opknapbeurt of grote schoonmaak nodig heeft, maar nieuw DNA’’ (p. 188).

Hoé, daar is tot op heden geen antwoord op gevonden. De globale geldstroom leidt een eigen leven; de (nationale) politiek kan het niet beteugelen. ,,Waarom slagen westerse democratieën er niet in om oplossingen te formuleren voor een van de meest urgente vraagstukken van deze tijd, laat staan concurrerende visies waartussen burgers kunnen kiezen?’’ (p. 190), vraagt de auteur zich hardop af.

En dus zitten we, zeven jaar na het ‘bijna-ongeluk’, volgens Luyendijk nog altijd in dat vliegtuig met die lege cockpit. Zonder koers, zonder visie. Met een motor die nog steeds in brand staat.