weblog

weblog

'Je moet niet boos zijn op de maatschappij' (04-08-2014)

BlogsGeplaatst door Sven Poels wo, december 28, 2016 16:32:21
Drie jaar na mijn afstuderen is het dan zover: de gang naar het UWV.

Vrijdag 1 augustus, de frisse start van een nieuwe maand. Om 14:00 had ik een afspraak met de uitvoerder van de BBZ (Besluit Bijstandsverlening Zelfstandigen) voor de gemeente Venlo.

Meneer kon in eerste instantie niet vaststellen of ik een zelfstandige was, of een freelancer. Het advies: schrijf een marketingplan en kom volgende week maar een keer terug. Of ik op dit punt al hulp kon krijgen, vroeg ik. De laatste keer dat ik van de 'vijf P's' gehoord had, was tijdens een economieles op de middelbare school, lang geleden. ,,Nee, daar hebben wij de capaciteit niet voor'', was het antwoord.

Even daarvoor had ik nog te horen gekregen dat hij ('het UWV') in principe liever vandaag dan morgen van me af wilde zijn. ,,Wij willen dat jij zo snel mogelijk aan de bak komt.'' En dat niet alleen: ,,Vergeet niet: elk werk is passend.'' Alsof ik dat nog niet wist, na drie jaar uitzendwerk, nachtdiensten en freelancen.

Dus daar sta je dan, als vrijgevochten academicus en 'freelance journalist en tekstschrijver'. Ook de uitvoerders van creatieve beroepen moeten bij het UWV met een bedrijfseconomisch 'verdienmodel' op de proppen komen. Welkom in de neokapitalistische wereldorde, waar geld de dienst uitmaakt en menselijke begeleiding en maatwerk voltooid verleden tijd is. En ik maar denken dat een (financiële) crisis de basis voor verandering is.

Maandag 4 augustus, 15:00. Mijn 'marketingplan' - wat eigenlijk meer weg had van een welgeformuleerde brainstorm - was af en klaar om gepresenteerd te worden. Meneer van de BBZ, dit keer vergezeld door een collega, was niet overtuigd. Het was niet duidelijk en concreet genoeg. Het kwam niet als een verrassing.

De verrassing kwam later, toen mijn gesprekspartner er een einde aan wilde breien. ,,Van hoogopgeleiden wordt verwacht dat ze zichzelf kunnen redden. Onze prioriteit ligt bij het begeleiden van laagopgeleiden en mensen die het echt nodig hebben.'' Ik wist niet wat ik hoorde. De schoolverlater, de analfabete allochtoon en de recalcitrante 'Sjonnie' gaan dus voor op mij. Of eigenlijk praktisch alle inwoners van de gemeente, waar het aantal academici op twee en een halve hand te tellen is. Ik - naïeve ziel - dacht altijd dat braaf zijn en je best doen werd beloond?

Het tegendeel blijkt waar in een stad die naar eigen zeggen zijn stinkende best doet om hoogopgeleiden aan zich te binden. Vooralsnog blijkt het klinkklare managerspraat, niets meer en niets minder.

Het leukste moest nog komen, toen de ambtenaar in kwestie nog een laatste 'opbeurende' tip voor me had. Toen hij zag dat ik zichtbaar emotioneel begon te worden, zei hij: ,,Doe jezelf een plezier. Je moet niet boos zijn op de maatschappij. Als het puntje bij paaltje komt moet je het toch allemaal zelf doen.''

Eigenlijk zei hij: de maatschappij bestaat niet - de enige die jou kan helpen ben jij. En als jij je niet kunt redden, moet je dat alleen jezelf verwijten.'' Fantastisch, dat had ik net nodig. Zo creëer je als overheid dus 'zelfredzame', maar tot op het bot verbitterde individualisten.

Ik heb het lang proberen te voorkomen, maar morgenochtend belt 'doctorandus P.' naar de afdeling WWB - beter bekend als 'bijstand'. Ik zal dan niet gekoppeld worden aan iemand die gespecialiseerd is in de hulpvraag van hoogopgeleiden, want: ,,Die hebben we hier niet.''

Ik ben benieuwd met welk pro-actief, meedenkend intellectueel ik dan te maken krijg. Ik houd de moed erin.


Boekbeschrijving: 'Dit kan niet waar zijn'

Bijdragen [KRAG.nu]Geplaatst door Sven Poels di, april 26, 2016 16:01:19

Stel je eens voor dat winkels niet meer bevoorraad worden en je niet meer kan pinnen. De electriciteit uitvalt en er geen water meer uit de kraan komt.

Wat zou jij doen?

In het boek Dit kan niet waar zijn (2015), geschreven door journalist en antropoloog Joris Luyendijk (1971), vergelijkt de auteur de financiële wereld met een lege cockpit:

,,Je zit in een vliegtuig. Het bordje STOELRIEMEN VAST is uit, de stewardess heeft je net een drankje gebracht en nu twijfel je tussen het inflight entertainment of toch dat spannende boek. De man naast je nipt aan zijn whisky, je kijkt door het raampje naar de ondergaande zon, en dan zie je in een van de motoren plotseling een gigantische steekvlam.

Je stoot je buurman aan en roept de stewardess, die na enige tijd verschijnt en meldt dat er inderdaad wat technische problemen zijn geweest, maar dat alles weer in orde is. Ze oogt zo kalm en zelfverzekerd dat je het bijna gelooft, maar je wurmt je toch langs je medepassagiers naar het gangpad, waar eerst de stewardess en dan de purser je tegenhoudt, allebei met de boodschap: Gaat u alstublieft terug naar uw plaats. Je duwt ze opzij en weet de deur van de cockpit te grijpen, je krijgt hem open en daar zit niemand’’ (p. 11).

Het is een verontrustende metafoor.

Verontrustender dan beeldspraak is de geschetste realiteit. Luyendijk, die voor The Guardian ruim twee jaar lang ‘infiltreerde’ in the City, het financiële hart van Londen, verhaalt over bankmedewerkers die hun leven vreesden toen de crisis dreigde uit te breken:

,,De crash mocht geïnterviewden net zo hebben overvallen als de rest van de wereld, anders dan buitenstaanders begrepen zij wel wat er speelde. Mensen spraken over collega’s die urenlang als verlamd naar hun beeldscherm staarden, tot niets in staat (...). Een paar keer spande het erom, en belden sommigen naar huis: Pin zoveel mogelijk geld. Ga nu naar de supermarkt en sla voedsel in. Koop goud. Of: Breng de kinderen in gereedheid voor evacuatie naar het platteland’’ (p. 34).

Zo ook Peter van Ees, zakenbankier op de Amsterdamse vestiging van de Zwitserse bank UBS. ,,‘Ik keek vanaf mijn bureau uit het raam en zag de bussen langsrijden’, zei hij. ‘De auto’s, motors, fietsen. Overal mensen die opgingen in een gewone werkdag... Die hadden dus geen idee. Ik wel. Mijn collega’s ook. Voor het eerst in mijn leven heb ik vanaf kantoor mijn vader gebeld, dat hij al zijn spaargeld moest overhevelen naar een veiligere bank. Wat hij meteen deed. Toen ik die dag naar huis ging, was ik echt bang. Ik besefte: zo moet oorlogsdreiging voelen.’

,,Godverdomme’’, vat Luyendijk zijn stemming na dat gesprek samen. ,,Dit was echt gebeurd. Maar veel erger nog: dit kon gewoon weer gebeuren’’ (p. 135).

Luyendijk sprak tussen 2011 en 2013 zo’n 200 betrokkenen binnen alle geledingen van de bancaire sector. Van hoog tot laag hadden zij één ding met elkaar gemeen: nul komma nul baanzekerheid, oftewel zero job security.

,,Als je binnen vijf minuten buiten kan staan, wordt ook je horizon vijf minuten. (...) Niet alleen loyaliteit verdampt, maar ook de continuïteit, want niemand kan ergens op bouwen. Zo eindig je heel snel met de wet – of beter: de wetteloosheid – van de jungle’’ (p. 83).

Iedereen kon, out of the blue, op straat worden gezet. ,,‘Executies’ werd dit soort plotselinge ontslagen genoemd, en er was nog een categorie. Banken als Goldman Sachs en JPMorgan ontslaan standaard elk jaar de slechtst presterende paar procent – ook in jaren van enorme winst. De term is cull, hetzelfde woord voor het ruimen van zieke koeien op een veehouderij, of het afschieten van een te talrijk geworden soort in een natuurgebied’’ (p. 76).

In deze keiharde cultuur is er geen ruimte voor moraal – zo wordt er gehandeld in OPM: ‘other people’s money’ –, noch voor een langetermijnvisie.

Maar dat is niet het enige. ,,Banken wekken knap de indruk dat ze worden gerund als legers of luchthavens: efficiënte hierarchieën met een constante stroom van commando’s, informatie en feedback tussen top en basis. Maar kijk achter deze façade naar de perverse prikkels, de verkokering en het klimaat van angst (...) en de omvang, gammelheid en complexiteit, en je ziet een strak geleide piramide met bovenin het opperbevel. Je ziet een eilandenrijk in de mist, bevolkt door huurlingen’’ (p. 114). Een ‘eilandenrijk’ too big to fail (p. 69).

Met alle gevolgen van dien.

We hebben niet geleerd van de crisis, meent een (anonieme) geïnterviewde, een zestiger die tot zijn (recente) pensionering bij een kleine kredietbeoordelaar had gewerkt. Volgens hem heeft de (mondiale) financiële wereld op de crisis gereageerd als een motorrijder op een bijna-ongeluk. ,,‘De stoot adrenaline na de gelukkige afloop, en de enorme schok als je beseft wat er had kunnen gebeuren. Maar de reis gaat verder, en naarmate de plek van het ongeluk in de achteruitkijkspiegel kleiner wordt, ga je jezelf steeds meer wijsmaken dat het wel meeviel. Je herinnering vervaagt en je begint zelfs dingen verkeerd in je geheugen op te slaan – was het echt zo erg?’’’ (p. 138).

Ja, claimt Luyendijk. ,,Wat Al-Qaida in september 2001 bij lange na niet lukte, had de financiële sector in september 2008 op een haar na wel teweeggebracht: de diepe ontwrichting van onze maatschappij’’ (p. 36).

Om te voorkomen dat er in de toekomst geen echt ongeluk gaat plaatsvinden, moet het financiële systeem radicaal op de schop, aldus Luyendijk. ,,Veel wijst erop dat de wereld van het geld geen opknapbeurt of grote schoonmaak nodig heeft, maar nieuw DNA’’ (p. 188).

Hoé, daar is tot op heden geen antwoord op gevonden. De globale geldstroom leidt een eigen leven; de (nationale) politiek kan het niet beteugelen. ,,Waarom slagen westerse democratieën er niet in om oplossingen te formuleren voor een van de meest urgente vraagstukken van deze tijd, laat staan concurrerende visies waartussen burgers kunnen kiezen?’’ (p. 190), vraagt de auteur zich hardop af.

En dus zitten we, zeven jaar na het ‘bijna-ongeluk’, volgens Luyendijk nog altijd in dat vliegtuig met die lege cockpit. Zonder koers, zonder visie. Met een motor die nog steeds in brand staat.

Blog: 'Men shall be boys'

Bijdragen [KRAG.nu]Geplaatst door Sven Poels di, april 26, 2016 16:00:22

Nu het seizoen er voor de standaardteams op zit, word ik zo nu en dan gevraagd om mee te doen met het veteranenelftal van mijn voetbalclub. Omdat ik respect heb voor ouderen en geleerd heb dat afslaan niet netjes is, heb ik mezelf al een aantal maal bereid gevonden om op zaterdagmiddag onder de lat en tussen de oudjes te gaan staan.

Zo gezegd, zo gediggiedaan, zoals rapper Extince dat in de jaren negentig zo legendarisch verwoordde. Mijn debuut bij de ouderensoos was tijdens een uitwedstrijd tegen het altijd lastige Helden Veteranen, niet ondubbelzinnig afgekort met ‘Helden Vet.’. Ik kwam aan op een verlaten sportpark en vroeg me af of ik niet in de zeik was genomen door een kluitje babyboomers. Toen ik wat grijze haren de parkeerplaats op zag rijden en er vervolgens een geelzwarte voetbaltas uit de kofferbak te voorschijn kwam, wist ik dat het menens was. Lucky me.

Ik liep achter de meneer in kwestie aan en kwam terecht in een kleedkamer vol mannen die mijn vaders hadden kunnen zijn. Zoals het een welopgevoede jongeman betaamt stelde ik me netjes aan iedereen voor en sprak ik mijn nieuwe voetbalmaten aan met ‘u’. Wat niet hoefde, maar ik deed het toch. Kwestie van goede gewoonte. Ik ging zitten en trok mijn veel te wijde keepersshirt aan.

‘Hoe lang voetbalt u al?’, vroeg ik de vijftigplusser die me even later aan het ‘warm schieten’ was. De vedette bleek al bijna zestig en het antwoord was ‘achtenviertig jaor’. Kolere, dacht ik. Kom ik aan met mijn zeven jaar. Zou ik nog ruim 40 jaar achter een bal aan hobbelen?

De wedstrijd begon en het werd al snel zichtbaar dat we het lastig gingen krijgen. Vergeleken met mijn teamgenoten waren de veteranen van Helden sterk en snel – en een stuk jonger, wat daar waarschijnlijk de hoofdoorzaak van was. Terwijl het verdedigingswerk zich in slow motion voltrok, werd door de aanvallende partij (lees: de tegenstander) in real time de ene na de andere bal op doel afgevuurd. Met wat hang- en vliegwerk hield ik de nul. Maar niet voor lang.

Aan het begin van de tweede helft was de ban gebroken. Ik, 27 lentes jong, kon het verschil niet meer maken – een pijnlijk gegeven bij een partijtje met de veteranen – en kreeg uiteindelijk toch nog vijf doelpunten om de oren. Eindstand 5-1, en een dieptepunt in mijn nog relatief jonge keeperscarrière. Hopelijk heb ik nog heel wat (voetbal)jaren voor de boeg om dat goed te maken.

De oudjes konden er niet lang mee zitten. Terwijl onze grensrechter – en tevens medespeler – zijn vlag ergens tussen de derde en vierde tegentreffer op het knollenveld had gedeponeerd en bij terugkomst in het kleedlokaal nog even ouderwets hard met de deur had gesmeten, stond ik even later onder de douche te luisteren naar de blijde verkondiging van de die dag actuele ‘Steak- and Blowjob-dag’. (Ja, hij bestaat écht, zoek maar op). De heren zouden het die avond weer lekker op een zuipen gaan zetten. Getapt door ‘det lekker wief’ achter de bar van een niet nader te noemen café in de binnenstad. En het was ‘gen straf’ om daar eens een keertje bovenop te duiken, aldus een van de oude snoeperds.

Voor mijn ogen ontrolde zich een existentiële waarheid van Homerische diepgang, verwoord (en vakkundig vertaald naar het Engels, want dat klinkt nu eenmaal beter) in de titel van dit stuk.

Men shall be boys. Het is een heerlijke geruststelling waar ik nog jaren mee vooruit kan.

Amen to that.

Artikel: 'Grenswerk: op weg naar de horizon'

Bijdragen [KRAG.nu]Geplaatst door Sven Poels di, april 26, 2016 15:58:33

De wijk Q4 staat symbool voor de positieve ontwikkeling die Venlo de laatste jaren heeft doorgemaakt. Katalysator in dit proces is Grenswerk, dat in oktober vorig jaar haar deuren opende en diens functie als ‘magneet van de binnenstad’ (link: http://krag.nu/index/Grenswerk-magneet-van-de-binnenstad/) in de tussentijd dubbel en dwars heeft waargemaakt. Directeur Dustin van Rhienen over de spin-off en de beoogde toekomst van het poppodium.

,,Er gebeurt hier heel veel, en dat was ook precies de bedoeling’’, vertelt Dustin van Rhienen, de pas 34-jarige directeur van het gloednieuwe Grenswerk, dat behalve een poppodium ook een eetcafé en oefenruimtes herbergt. ,,Ik ben super trots op wat we in een korte periode hebben neergezet. We hebben in het laatste kwartaal van 2014 – dat eigenlijk nog niet eens een heel kwartaal was – elfduizend bezoekers gehad, waarvan zevenduizend betalende, met name uit de regio. Als je dat doortrekt naar een heel jaar kom je uit op een getal van veertigduizend; een verdrie-viervoudiging van wat Perron 55 (de voorganger van Grenswerk, red.) in het verleden had.’’ Een welkome verrassing voor een positief gestemde Van Rhienen. ,,De bezoekersaantallen zijn boven verwachting. Dit is een goed signaal en dat proberen we vast te houden.’’

,,We weten grote namen naar Venlo te halen, en dat is geen vanzelfsprekendheid’’, vervolgt Van Rhienen in de artiestenlounge en wat hij noemt ‘huiskamer’ van het ‘pakhuis’ genaamd Grenswerk. ,,Af en toe kunnen we de pareltjes eruit krijgen: Milow, Jazzy Jeff, Bo Saris, Ferry Corsten, binnenkort Douwe Bob... We hebben van begin af aan het vertrouwen gekregen, daar kunnen we trots op zijn.’’ Ook (lokaal en regionaal) talent krijgt bij Grenswerk de kans om door te breken. ,,We bieden ook onbekende artiesten een podium, zonder de inhoud te bepalen. Zodoende krijg je nieuwe, verrassende acts die erg vermakelijk en inspirerend kunnen zijn.’’ Als voorbeeld noemt hij het project ‘Venloos Blood’, waarbij lokale bands hun krachten bundelden en hun gezamenlijke werk in ‘productiehuis’ Grenswerk presenteerden. ,,Venlo heeft heel wat talent; dat heeft Venloos Blood wel bewezen.’’

Het Venlose poppodium heeft in een korte tijd enorme stappen in de landelijke pikorde gemaakt. ,,We staan bij boekers echt goed op de radar. In de hele riedel van poppodia doen we het uitstekend. We zijn op gelijke voet met de Nieuwe NOR in Heerlen, een van de meest gerenommeerde spelers in Limburg. Aan de horizon ligt de Effenaar in Eindhoven. Daar zijn we nog lang niet, maar dat willen we wel bereiken.’’

,,De lijn die we hebben ingezet willen we doortrekken’’, sluit de relaxte carrièretijger af. ,,We hebben met een klein team een grote prestatie neergezet. Ik kan hier enorm van genieten. Het is zo veel meer dan alleen werk...’’

Meer informatie over Grenswerk vind je op www.grenswerk.nl.



Column: 'VVV'03 en de ongeschreven voetbalwet'

Bijdragen [KRAG.nu]Geplaatst door Sven Poels di, april 26, 2016 15:56:24

De goede dingen des levens laten graag lang op zich wachten. Denk aan goede wijn, de SP in de Limburgse coalitie en het afscheid van K3. In de voetballerij is dat niet anders. De laatste keer dat Feyenoord landskampioen werd was in 1999, de tijd van overeindstaande Twintowers en Justin Bieberloze hitlijsten. Lijst Pim Fortuyn moest nog worden opgericht en Pamela Anderson was nog gewoon een lekker wijf.

Dan het bruggetje naar VVV’03. Het eerste elftal van de oudste voetbalvereniging uit Venlo (en na MVV de één na oudste van gans Limburg) vierde eind april voor het eerst na negentien jaar een kampioenschap. Ne-gen-tien jaar. Even terugtellen en we komen uit op 1996. Tupac was nog springlevend en Ajax werkte zijn wedstrijden af in De Meer. Clubcoryfee en assistent-trainer Harold Derix speelde bij TOP Oss en Dimitris Touratzidis, de topspits die afgelopen najaar vanuit Griekenland overwaaide naar Nuldreej, kon nog niet lopen, laat staan een bal in de kruising leggen. Met uitzondering van vedettes Goran Stojiljkovic, Oguz Buyukbas, Boy Derks en Rob Engelen geldt dat eigenlijk zo’n beetje voor de hele selectie.

Alhoewel... Dat keepers vaak een uitzondering op de regel vormen, blijkt wel uit het geval van Maurice Janssens. Negentien jaar geleden was de nu 45-jarige doelman – even rekenen – 26 jaar en in de bloei van zijn leven. Net als Dimitris kwam de hij aan het begin van het lopende seizoen door een samenloop van omstandigheden uit bij sportpark Herungerberg, en net als het Griekse wonderkind was de ervaren doelman van cruciaal belang bij het behalen van het eerste kampioenschap in negentien jaar.

Trainer en clubman John Buksak benadrukt liever de teamprestatie. Gelijk heeft hij. Waar zou de moedervereniging van het ‘grote’ VVV zijn zonder de nog niet genoemde Rick Derks, Burak Karaca, Onur Polat, Yori Kirshner, Bart Offergelt, Yusuf Gungor, Sven Hoogeveen, Brian Zwiggelaar, Remco Faassen, Rik Bottenberg, Luc Rayer, Lars Boeken en Sonny Rebel? En wat te denken van materiaalman Rob Krawczyk, assistent-scheidsrechter Bert Verlinden en leiders Maikel Vervoort en Dennis Klij?

Gewoon nog in de vijfde klasse, dus. Maar door de puike inzet van de gehele selectie plus technische staf binnenkort niet meer.

Of Dimitris en Maurice ook volgend seizoen nog op de Herungerberg rondlopen, is de vraag. ‘Dimi’ traint momenteel mee met de jeugd van profclub Fortuna Sittard, en ‘Mau’ merkt door blessures dat hij niet meer de jongste is.

Negentien jaar zal het in elk geval niet duren.

Zo gaat dat, met de goede dingen des levens. Ze laten graag lang op zich wachten, maar zijn weer weg voordat je er erg in hebt. Het is een ongeschreven voetbalwet, een symptoom van alles.

Artikel: 'Oorsuizen: een levende hel'

Bijdragen [KRAG.nu]Geplaatst door Sven Poels di, april 26, 2016 15:55:27

Volgens de NVVS (Nederlandse Vereniging Voor Slechthorenden) zijn er in Nederland zo’n een miljoen (!) mensen die lijden aan ‘tinnitus’, beter bekend als oorsuizen. Deze aandoening is vergelijkbaar met de ‘ruis’ die je kunt horen nadat je een avondje uit je plaat bent gegaan op (te) harde muziek. Met als grootste verschil dat dit geluid niet automatisch wegebt, maar chronisch blijft zitten in het hoofd van diegene die het waarneemt.

Tinnitus bestaat in alle soorten en maten, en gelukkig kan een groot deel van de mensen ermee leven. Voor sommigen is het geluid echter zó overheersend, dat ‘ermee leven’ simpelweg niet gaat. Zo ook voor de in Venlo woonachtige Sanna Theuerzeit (51), die door de aandoening, veroorzaakt door een virus in het evenwichtsorgaan, al bijna twee jaar aan huis gekluisterd is.

In juni 2013 sloeg het noodlot toe. Thuis, aan de eettafel in de verduisterde woonkamer, vertelt Sanna over wat er gebeurde. ,,Het begon met kramp in mijn nek, en dat werd steeds erger. Toen ik op een dag naar buiten ging om te kijken of mijn fiets was afgesloten, werd ik onwel. Ik viel op de grond, kon niet meer opstaan en ben toen naar binnen gekropen.’’ De dagen daarna bleef ze overgeven, en besloot ze om naar de huisarts te gaan. ,,Die vertelde me dat ik hyper was van de suiker, maar dat was een totaal verkeerde diagnose.’’ Een week later zag ze een dokter in het Venlose ziekenhuis, die haar vervolgens met een hoge dosis prednison naar huis stuurde. ,,Na deze tiendaagse kuur werd pas het virus in mijn evenwichtsorgaan geconstateerd. De dokter zei dat hij nog nooit zoiets had gezien en dat er niks aan te doen is.’’ Het Academisch Ziekenhuis Maastricht (AZM) was de volgende stap. ,,Er is daar een wachttijd van maanden, maar binnen vijf minuten stond ik weer buiten.’’

Het gevolg is dat Sanna nu al bijna twee jaar dag en nacht rondloopt met een ondraaglijke toon in haar oor. ,,In het beginstadium ging het nog wel, maar daarna werd het steeds erger.’’ Om te laten ervaren wat haar zo kwelt, laat ze op haar mobiele telefoon een indringend geluid horen dat zich het best laat omschrijven als een storing op de radio. ,,Hoe lang zou jij dit volhouden?’’, vraagt ze confronterend. ,,Één uur, twee uur? Stel je eens voor dat je dit de hele dag hebt. Het maakt je af.’’ En dát het hoog oploopt, blijkt wel uit het gegeven dat ze op een dag met geweld een ijzeren staaf door haar ook stak. ,,Alles om maar van dat geluid af te komen.’’

Het is niet alleen de verschrikkelijke ruis die haar parten speelt. Door het virus liep Sanna ook een aangezichtsverlamming en een oorbeschadiging op. En ‘ondanks’ dat haar gehoor daardoor drastisch verminderd is, komen externe geluiden als een drilboor bij haar binnen. Ook binnenshuis heeft ze er grote last van. ,,Als de buurvrouw de wasmachine aanzet, of er buiten bomen worden omgezaagd, is dat al te veel.’’ Het liefst zou ze wegvluchten, maar dat gaat niet. ,,Ik zit vast in huis.’’

Ze vertelt het met tranen in haar ogen. Ze puft en blaast, als een soort uitlaatklep, om toch enige controle te houden, zo lijkt. Op momenten dat het haar te veel wordt, staat ze op of legt ze haar hand op haar gekwelde linkeroor. Het zijn signalen van iemand die ten einde raad is, en voor wie (cognitieve) therapie, zoals wordt aangeboden bij Zorgcentrum Adelante in Hoensbroek, niet lijkt te werken. ,,Ik volg dezelfde behandeling al thuis, en dat baadt niet.’’ Kalmerende medicijnen slikt ze niet. ,,Ik wil geen zombie worden.’’

De situatie is zelfs zo schrijnend, dat Sanna eraan denkt om via een kliniek hulp te zoeken bij zelfdoding. ,,Zelf kan ik het namelijk niet.’’ Vorig jaar zomer vroeg ze al vergeefs euthanasie aan. ,,De dokter wilde er niets van weten en verklaarde me voor gek. Maar ik ben niet gek; ik sta er voor 100 procent achter.’’ Het is de moeilijkste afweging die ze ooit gemaakt heeft. ,,Natuurlijk wil ik niet dood, dat wil niemand. Maar op deze manier wil ik ook niet eindigen. Ik ben een wrak geworden.’’

Toch is er nog een klein sprankje hoop. Het AZM heeft onlangs een tinnitus-implantaat ontwikkeld, waarmee tot op heden tien patiënten met succes (experimenteel) zijn behandeld. De kosten daarvan zijn alleen praktisch onbetaalbaar. ,,50.000 euro. Dat geld heb ik niet, en de zorgverzekeraar betaalt het ook niet. Ik ben helemaal op mezelf aangewezen.’’

Uit het leven stappen, of een halve ton ophoesten voor een operatie. Dat zijn op dit moment de enige ‘oplossingen’ voor mensen die lijden aan een ondraaglijke vorm van oorsuizen, die niet middels therapie en/of medicijnen getemperd kan worden. Het is de trieste, harde werkelijkheid voor Sanna Theuerzeit en haar lotgenoten.

Column: 'Venloop'

Bijdragen [KRAG.nu]Geplaatst door Sven Poels di, april 26, 2016 15:54:18

Elk jaar dat de Venloop nadert, begint het te kriebelen. Zal ik weer meelopen? Zal ik op Nolensplein.nl kijken of iemand zijn startbewijs te koop heeft gezet? Of zal ik me maar sportief aansluiten bij de duizenden dolenthousiaste toeschouwers op de Parade, op steenworp afstand van de finish?

Helaas zit zelf meedoen er dit jaar niet in voor mij. Maar als het even kan, probeer ik wel een glimp op te vangen van een langszoefende Ethiopiër of Kenyaan. Wat een prestatie leveren die gasten!

In 2008 deed ik mee voor de halve marathon. Het was een druilerige, troosteloze dag. Maar dat maakte niet uit: maanden had ik er naartoe geleefd; een spatje regen weerhield me niet van mijn doel. Dat doel was helder: ruim 21 kilometer afleggen binnen de maximumtijd van drie uur, en het liefst nog wat sneller.

Met wekelijks twee à drie sessies op de loopband dacht ik er wel klaar voor te zijn. Verder dan 15 kilometer had ik echter nog niet gerend – precies die afstand waarop de gevreesde ‘man met de hamer’ me op de grote dag stond op te wachten. Na een redelijk voortvarende halve halve marathon heb ik de laatste vijf, zes kilometer dan ook maar uitgelopen (met de nadruk op lopen).

Op de Parade op weg naar (toen nog) de finish op de Markt perste ik er met mijn verzuurde kuiten nog een laatste renoffensiefje uit. In de laatste meters werd ik ingehaald door een fanatieke bejaarde, maar dat mocht de pret niet drukken: ik had het gehaald – in een nettotijd van 2 uur en 35 minuten.

Drie jaar later – het weer was toen een heel stuk beter – deed ik mee met de tien kilometer, en ook toen verbrak ik geen wereldrecords. Maar dat maakt ook helemaal niets uit: het credo ‘meedoen is belangrijker dan winnen’ is de gemoedelijke Venloop op het lijf geschreven. Het hardloopevenement heeft naast een prestatief ook een enorm recreatief karakter, waardoor zowel topatleten als renners/liefhebbers zoals ik er elk jaar weer smachtend naartoe kunnen leven.

De Venloop haalt het beste in ons naar boven. Hele stadsdelen veranderen in complete feestdecors, de melancholische Venlose volkskaard krijgt voor even iets extatisch. Wildvreemden worden luidkeels aangemoedigd, het heerlijke ‘wij-gevoel’ borrelt in ieders onderbuik. De fanfare wordt erbij gehaald, en voor één keer in het jaar vind ik de opzwepende hoepsasa-muziek niet eens zo heel erg.

Wat er tijdens de Venloop wordt gevierd is het leven. De beweging; de (symbolische) reis van a naar b. Het bereiken van persoonlijke doelen. Het grote en het kleine, het jij en het ik.

Ik heb de bevrijding niet meegemaakt, maar het zal er 70 jaar geleden ongetwijfeld een klein beetje zo aan toe zijn gegaan.

De Venloop. Het kriebelt – elk jaar weer.

Artikel: 'Venloop: feest van de Parade tot aan Steyl'

Bijdragen [KRAG.nu]Geplaatst door Sven Poels di, april 26, 2016 15:52:55

Rick van der Coelen en Wim Lensen, de grote mannen achter de Venloop, hebben het deze dagen maar druk. In hun kantoor op de Koninginnesingel beantwoorden ze het ene telefoontje na het andere, versturen ze talloze e-mails en staan ze binnendruppelende bezoekers persoonlijk te woord. De één heeft zich niet of te laat ingeschreven, de ander vraagt of het wegens ziekte mogelijk is om te starten op een minder grote afstand. Rick, ondanks de drukte nog altijd opgewekt: ,,We werken nu wel 60 uur per week.’’

Woensdag 18 tot en met zondag 22 maart 2015 vindt alweer de tiende editie van de Venloop plaats. Een mooi jubileum. Het meerdaags (hard)loopevenement, met onder andere een wandeltocht en een nieuwe G-loop, is door de jaren heen uitgegroeid tot een van dé pijlers van de stad Venlo. En wát voor een. Wim, trots: ,,De Venloop behoort inmiddels tot zes, zeven topevenementen in Nederland. Op sportgebied staat het zelfs in de top vijf, en is het bijvoorbeeld vergelijkbaar met de Dam tot Damloop. Daar mogen we best wat minder bescheiden over doen.’’

De deelnemers- en bezoekersaantallen zijn immens. Dit jaar doen er, van de wandeltocht tot en met de halve marathon, liefst 26.500 lopers mee. Daarmee is het einde nog niet in zicht. Wim: ,,Op zich is dat niet de top. Nog elk jaar krijgen we zo’n tien procent meer deelnemers.’’ Wel wordt de nieuwe aanwas verspreid over alle dagen, behalve de zondag. ,,Op de zondag kunnen we niet meer groeien.’’ Op die dag staan er, behalve de 19.500 hardlopers, naar alle waarschijnlijkheid weer meer dan honderdduizend (!) mensen rondom het parcours om hun sportieve vrienden en familie over de eindstreep te schreeuwen. Rick, enthousiast: ,,Er staan dan meer mensen langs de kant dan er in de stad wonen.’’

De kracht van de Venloop zit ‘m niet alleen in de kwantiteit, maar ook in de kwaliteit. Rick: ,,De sfeer tijdens de Venloop is gewoon fantastisch. Je kunt zien dat het evenement wordt omarmd door de gemeenschap.’’ Dat is niet alleen een persoonlijke observatie. Wim: ,,Uit onderzoek is gebleken dat het rapportcijfer van de Venloop gemiddeld een 8,3 is. De sfeer wordt zelfs beoordeeld met een 9,1.’’

Ook dit jaar heeft de organisatie weer grote namen binnen weten te slepen. Naast de internationale ‘raspaardjes’ is ook de Nederlandse crème de la crème breed vertegenwoordigd. Wim: ,,Nagenoeg de hele Nederlandse top-10 doet mee. Dat is redelijk uniek.’’ Rick: ,,Neem het NK in Leiden. Daar rennen er maar een à twee mee.’’

Na een heel jaar aan drukke voorbereiding is er ook op het moment suprême weinig tijd om te relaxen voor de twee fulltimers. Wim: ,,We zijn continu met andere zaken bezig.’’ Rick: ,,We houden rekening met alles. Pas als de laatste loper veilig en wel over de finish is, is er dat moment van voldoening.’’

Het belooft weer wat te worden, zondag 22 maart. Met hopelijk de lente in de lucht en een volksfeest van de Parade tot aan Steyl.

En om 17:00, als de allerlaatste loper binnen is gestrompeld, een tevreden Rick en Wim.

Meer informatie vind je op www.venloop.nl.





Volgende »